Het concentratiekamp

Virtual tour (in English)Virtual tour (in English)Op 8 augustus 1938, vijf maanden na de “Anschluss” van Oostenrijk bij het Duitse Rijk, arriveerden de eerste gevangenen van het concentratiekamp Dachau in Mauthausen. Doorslaggevend voor de keuze van de locatie was, zoals bij het nevenkamp Gusen, de bestaande granietgroeve. De gevangenen werden aanvankelijk voor de opbouw van het kamp ingezet. Daarna moesten ze voor de SS-onderneming “Deutsche Erd- und Steinwerke GmbH” bouwmateriaal voor de monumentale en prestigieuze bouwwerken van het nationaalsocialistische Duitsland produceren.

De politieke functie van het kamp, waarbij daadwerkelijke of vermeende ideologische tegenstanders vervolgd werden, had tot 1943 prioriteit. Mauthausen en Gusen waren een tijd lang de enige kampen die onder “Lagerstufe III” vielen. Dit betekende het hardste strafregime binnen het nationaalsocialistische kampsysteem, wat tot een van de hoogste aantallen sterfgevallen in Duitse concentratiekampen leidde.

Vanaf 1942/43 werden zoals in alle concentratiekampen de gevangenen in toenemende mate voor de wapenindustrie ingezet. Hiervoor werden talloze nevenkampen opgericht en het aantal gevangenen nam sterk toe. Eind 1942 waren er 14.000 gevangenen in Mauthausen, Gusen en in enkele nevenkampen. In maart 1945 was het aantal gevangenen in Mauthausen en zijn nevenkampen opgelopen tot 84.000.

Vanaf de tweede helft van 1944 arriveerden in Mauthausen de evacuatietransporten met duizenden gevangenen uit de concentratiekampen in het oosten. Daarenboven werden in het voorjaar van 1945 de ten oosten van Mauthausen gelegen nevenkampen en de dwangarbeiderskampen voor Hongaarse Joden opgeheven. De gevangenen werden in regelrechte dodenmarsen richting Mauthausen voortgedreven. Dit leidde in Mauthausen, Gusen, in de nog bestaande nevenkampen Ebensee, Steyr en Gunskirchen tot complete overbezetting van de kampen. Door honger en ziektes nam de sterfte massaal toe.

Het merendeel van de gedeporteerden naar Mauthausen waren afkomstig uit Polen, gevolgd door burgers uit de Sovjet-Unie en Hongarije. Er zaten in het concentratiekamp Mauthausen bovendien grote groepen Duitsers, Oostenrijkers, Fransen, Italianen, Joegoslaven en Spanjaarden. In de SS-kampadministratie stonden mannen, vrouwen en kinderen uit meer dan 40 landen geregistreerd. Vanaf mei 1944 werden Joodse gevangenen uit Hongarije en Polen in groten getale naar Mauthausen gedeporteerd. Zij hadden de minste overlevingskansen. In het geheel werden tussen de oprichting van het kamp in augustus 1938 en de bevrijding door het Amerikaanse leger in mei 1945 bijna 190.000 mensen naar Mauthausen gedeporteerd.

Duizenden gevangenen werden doodgeslagen, doodgeschoten, door injecties of door bevriezing vermoord. Minstens 10.200 gevangenen werden in de gaskamer van het hoofdkamp, in kamp Gusen, in de “euthanasie-inrichting” Schloss Hartheim en in de tussen Mauthausen en Gusen pendelende gaswagen met gifgas vermoord. Het merendeel van de gevangenen stierf ten gevolge van de nietsontziende, met mishandelingen gepaard gaande uitbuiting van hun werkkracht en gelijktijdige onthouding van voedsel, gebrekkige kleding en het ontbreken van medische zorg. In totaal kwamen minstens 90.000 gevangenen in Mauthausen, Gusen en de nevenkampen om het leven, waarvan de helft in de laatste vier maanden voor de bevrijding.

De nevenkampen

The Subcamps in Google maps (in English)The Subcamps in Google maps (in English)Door het gebrek aan arbeidskrachten en de gelijktijdige opvoering van de wapenproductie in het Duitse Rijk werden concentratiekampgevangenen steeds vaker voor de oorlogsindustrie ingezet. De eerste nevenkampen waren in 1941 in eerste instantie voor SS-doeleinden bestemd. Vanaf 1942 echter werden om en nabij de veertig nevenkampen opgericht vooral voor de wapenindustrie. Een van de eerste was Steyr-Münichholz voor Steyr-Daimler-Puch AG.

Van de meer dan 84.000 gevangenen binnen het kampsysteem Mauthausen in maart 1945, bevonden er zich 65.000 in de nevenkampen. Vooral voor Steyr-Daimler-Puch AG, Reichswerke Hermann Göring en voor bedrijven die vliegtuigen produceerden zoals Heinkel-Werke en Messerschmitt moesten de gevangenen dwangarbeid verrichten. Ze werden ingezet voor de bouw van productievestigingen en in het productieproces zelf.

Vanaf eind 1943 moesten de gevangenen hoofdzakelijk ondergrondse, voor luchtaanvallen veilige productiewerkplaatsen bouwen. Hiervoor werd onder andere het kamp Gusen uitgebreid en werden de grote nevenkampen Ebensee en Melk opgericht. Bij de bouw van ondergrondse complexen hield men geen rekening met de gezondheid en het leven van de gevangenen, wat een bijzonder hoog aantal sterfgevallen tot gevolg had.

Het hoofdkamp Mauthausen kreeg daardoor gedurende de tweede helft van de oorlog in toenemende mate de functie van een “Verwaltungszentrale” (administratiecentrale) van waaruit de gevangenen over de nevenkampen werden verdeeld. Tegelijkertijd werden de zieken en arbeidsongeschikt geraakte gevangenen vanuit de nevenkampen naar Mauthausen teruggetransporteerd om daar te sterven.

Vandaag de dag zijn er tentoonstellingen op de plaatsen van de nevenkampen Gusen, Ebensee, Melk en Steyr te bezichtigen.

De gedenkplaats

Hoewel in Mauthausen betrekkelijk veel van het concentratiekamp behouden is gebleven, zag het op 5 mei 1945 bevrijde kamp er anders uit dan de huidige gedenkplaats. Nadat het kamp in het begin onder Amerikaans beheer viel, werd het vanaf de zomer van 1945 meerdere maanden door het Sovjetleger als verblijf voor soldaten gebruikt. Op 20 juni 1947 droeg de Sovjet-Russische bezettingsmacht het voormalige concentratiekamp aan de republiek Oostenrijk over met de verplichting er een gedenkplaats op te richten. In het kader van de herinrichting tot gedenkplaats werden de meeste gevangenenbarakken, de nog aanwezige SS-barakken en de bedrijfswerkplaatsen van de steengroeve afgebroken. In het voorjaar van 1949 werd de gedenkplaats officieel geopend.

In de herfst van 1949 onthulde Frankrijk op het terrein van de voormalige SS-administratiebarakken het eerste nationale herdenkingsmonument. In navolging hiervan werden door talrijke landen en slachtoffergroepen herdenkingsmonumenten opgericht.

Aan het begin van de jaren 60 werd aan de binnenkant van de KZ-gedenkplaats Mauthausen een begraafplaats aangelegd. Hier werden de stoffelijke resten van concentratiekampslachtoffers die in Mauthausen en Gusen op “Amerikaanse begraafplaatsen” en in de door de SS aangelegde massagraven lagen, herbegraven. In Lagerteil II (kampafdeling II) en op het terrein van de gevangenenbarakken 16 tot 19 liggen meer dan 14.000 mensen begraven.

De voormalige ziekenboeg werd aangepast en doet sinds 1970 dienst als museum. Sinds mei 2013 huisvest dit historische kampgebouw de permanente tentoonstellingen “Concentratiekamp Mauthausen 1938-1945“ en “Mauthausen als plaats delict – Op zoek naar sporen“. In de nieuwe “Ruimte van de namen“ staan de namen geschreven van de 81.000 mensen die in het KZ Mauthausen en de nevenkampen de dood vonden en bij naam bekend zijn.

Bereikbaarheid

Contact

Concentratiekamp-Gedenkplaats Mauthausen

Erinnerungsstraße 1
4310 Mauthausen
Tel: +43 7238 2269-0
Fax: +43 7238 2269-40

Minoritenplatz 9
1010 Wenen
Tel: +43 1 53126-3039
Fax: +43 1 53126-3386

E-Mail: office@mauthausen-memorial.org

Archief inquiries@mauthausen-memorial.org.

Concentratiekamp-Gedenkplaats Gusen

Georgestraße 6
4222 Langenstein

E-Mail: office@mauthausen-memorial.org

Openingsuren, tarieven, reservatie en meer informatie op www.mauthausen-memorial.org (in English) en www.gusen-memorial.org (in English).